Scholen sterker maken
Informatie op maat
Precies weten wat wij voor u kunnen betekenen? Kies uw profiel via onderstaande knoppen en u ziet al onze relevante diensten!
Afbeelding
Afbeelding

Dromen over de ideale klas

In 2020 begeleiden geleerde leerkrachten in het basisonderwijs elk een dozijn leerlingen bij het ipadten, terwijl hun onderwijsassistenten de orde en agenda's bewaken. Tuurlijk.

Een wereld zonder honger, de wereldvrede binnen handbereik en een oplossing voor het klimaatprobleem. Utopieën waarschijnlijk, maar erover dromen staat vrij. Soms is het zelfs heerlijk om je fantasie de vrije loop te laten en na te denken over een ideale wereld. Vandaar dat de nieuwste Barometer Onderwijs, een onderzoek van VKbanen en Newcom Research, mensen uit het onderwijs vroeg naar hun 'ideale basisschoolklas'.

De 545 deelnemers kregen in het onderzoek de ruimte om hun ideale leeromgeving te beschrijven. Toch komt er een vrij eenduidig beeld uit al die verschillende antwoorden. Docenten en medewerkers willen bijna allemaal hetzelfde: onderwijs op maat. Ze willen werken op een school waarin kinderen op hun eigen niveau en op hun eigen manier en tempo kunnen werken. 'Een klas waarin ieder kind geprikkeld wordt om te willen leren naar zijn of haar mogelijkheden', aldus een van de respondenten. Een omgeving waarin de docent 'ieder kind voldoende persoonlijke aandacht kan geven' en 'het kind centraal staat'.

Maar wat is er nodig om dat onderwijs op maat te kunnen geven? In hun reacties beschrijven de onderwijsmedewerkers uitgebreid welke voorwaarden nodig zijn voor hun ideale leeromgeving. Met grote voorsprong op nummer één: kleinere klassen. Docent na docent geeft aan dat er een maximum moet komen voor het aantal leerlingen in de klas. Het ideale aantal ligt rond de twintig leerlingen. Een enkeling gaat nog verder: 'Eén docent op twaalf leerlingen is de goede verhouding, al betekent dit nog steeds dat kinderen slechts de helft van de aandacht krijgen die ze op de kinderopvang gewend waren.'


Een andere wens van veel onderwijzers is om een onderwijsassistent in de klas te hebben. Zo kan de 'leerkracht nog meer begeleider worden terwijl de assistent alles in goede banen kan leiden'. Met name personeel dat actief is op de basisschool heeft hier behoefte aan: 86 procent. Ook digitale hulpmiddelen zijn welkom om het lesgeven gemakkelijker en beter te maken.

Slechts weinig onderwijsmedewerkers zijn huiverig voor nieuwe technologie. In de ideale klas hebben alle leerlingen een laptop of iPad, vindt 61 procent. En bijna driekwart van de ondervraagden wil dat educatieve computerspelletjes vaker gebruikt gaan worden. Opnieuw zien vooral medewerkers uit het basisonderwijs dit zitten: 85 procent. 'Via de computer zijn alle lesmethoden te volgen en te gebruiken. De leerkracht stuurt aan via de centrale computer', schrijft iemand.

Doemscenario's
Er zit wel een grens aan de opmars van ict in de klas. Sociaal contact is heel belangrijk, 'voor het gevoel van binding van de leerlingen en hun sociale ontwikkeling'. Een fictief scenario, waarbij kinderen in 2020 op hun lessen 'inloggen' en onderling contact hebben via sociale media, is dan ook allerminst populair. Maar 3 procent van de ondervraagden vindt dit een geschikt scenario voor de 'klas van de toekomst'. Want, de ideale klas 'heeft alle ict-faciliteiten, maar tegelijk staat het persoonlijke contact tussen leraar en leerlingen centraal'.

Maar dromen zijn bedrog, dat weten onderwijsmedewerkers ook. Er is vaak een groot verschil tussen ideaal en werkelijkheid. Gevraagd naar mogelijke obstakels voor hun ideale klas zegt ruim de helft van de ondervraagden zich zorgen te maken over de kwaliteit van de onderwijsopleidingen. Zij vrezen dat niet alle docenten goed genoeg opgeleid zullen worden voor de toekomstige klas.

Andere verwachte belemmeringen worden nog breder gedeeld; zo denkt 68 procent dat de visie van de overheid - of juist het gebrek daaraan - de ideale klas in de weg zal zitten. Bovendien denkt het overgrote deel, 87 procent, dat er niet genoeg geld zal zijn om de ideale klas te kunnen bekostigen. Gevraagd naar hun 'verwachte klas van 2020', zijn de onderwijsmedewerkers dan ook een stuk voorzichtiger. Elk docent een assistent? Dat gaat niet gebeuren, oordeelt 64 procent. Kleinere klassen? Slechts 24 procent gelooft dat het er echt van komt.

Optimistischer is men over de ontwikkeling van ict in het onderwijs. Meer dan de helft van de ondervraagden denkt dat in 2020 kinderen ook daadwerkelijk een eigen laptop zullen hebben in de klas. En tweederde denkt dat computerspelletjes ook echt belangrijker zullen worden binnen het onderwijs.

Pisa-ranglijst
Maar hoe zit het met het de kwaliteit van de leerlingen in 2020? In december bleek dat Nederland is gezakt op de internationale Pisa-ranglijst, waarin de onderwijsprestaties van 15-jarige scholieren uit 65 ontwikkelde landen worden vergeleken. Onder meer de leesvaardigheid en kennis van wiskunde en natuurwetschappen is gedaald ten opzichte van andere landen.

Het kabinet kondigde maatregelen aan. Zo wordt de Cito-toets voor alle scholen verplicht, en zal er meer aandacht worden besteedt aan rekenen en taal. Die laatste maatregel kan met name in het voorgezet onderwijs op veel steun rekenen, zo blijkt uit het onderzoek. Zo vindt ruim driekwart van de medewerkers uit het voortgezet onderwijs dat in 'de ideale klas' meer aandacht is voor wiskunde. Voor 67 procent geldt dit ook voor de taalvakken. Bij medewerkers in het basisonderwijs is het enthousiasme veel minder groot. De helft van deze groep vindt dat er meer tijd moet worden besteed aan taal, maar slechts 38 procent vindt dat dit opgaat voor rekenen.

Wat betreft de Cito-toets, daarvan denken veel onderwijsmedewerkers dat die steeds belangrijker wordt. Slechts 18 procent denkt dat dit een goed idee is. Een grote meerderheid (63 procent) wil liever niet dat de Citotoets in de toekomst een belangrijkere graadmeter wordt voor het niveau van het kind. In het basisonderwijs gaat het zelfs om 77 procent. Als het om het toetsen van de docenten zelf gaat, is het beeld overigens heel anders. Bijna acht op de tien respondenten lijkt het een goed idee als docenten in de toekomst regelmatig getoetst gaan worden op hun kwaliteiten. We leven tenslotte niet in een droomwereld.

De ideale klas volgens docenten
52% Kinderen met verschillende niveaus zitten in dezelfde klas en
werken op hun eigen manier aan opdrachten. Er wordt intensief gebruik gemaakt van moderne technologie.

25% Klassen worden ingedeeld op basis van het niveau van de leerling, niet op leeftijd. De lessen worden op het niveau afgestemd.

21% Er wordt lesgegeven in kleine groepjes. Persoonlijke aandacht staat centraal. Alle kinderen werken op dezelfde manier.

3% Kinderen zitten niet standaard in een klaslokaal, maar kunnen vanaf een andere locatie inloggen om lessen te volgen. Lestijden zijn flexibel. Sociale media spelen een belangrijke rol in onderling contact.

Barometer
'Docentenkamer zeg het maar'
De Barometer Onderwijs peilt regelmatig de mening van werknemers in het onderwijs over hun eigen sector. Aan dit onderzoek werkten 545 onderwijsmedewerkers mee. 78 procent van hen geeft zelf les, het overige deel behoort tot een directie of het ondersteunend personeel. De respondenten komen uit alle lagen van het onderwijs, van het basisonderwijs tot en met de universiteit. De meeste respondenten (34 procent) werken in het voortgezet onderwijs. Het onderzoek is een initiatief van Vkbanen en Newcom Research & Consultancy.