Basisscholen mogen niet meer dan 10 procent van hun onderwijsbudget als reserve aanhouden. Het overige geld moet aan de begeleiding en scholing van leerlingen worden besteed. Dat stelde Tweede Kamerlid Metin Celik (PvdA) dinsdag.
„Juist in moeilijke tijden moet geïnvesteerd worden in onderwijs”, aldus het Kamerlid. Volgens hem wordt het geld voor primair onderwijs niet altijd even optimaal besteed. „De huidige crisis is het moment aanspraak te doen op die reserves. Dat geld is bedoeld voor onderwijs en moet dus besteed worden aan onderwijs.”
Volgens de parlementariër blijkt uit steekproeven van onder meer de Algemene Onderwijsbond (AOb) en zijn eigen bevindingen dat veel scholen meer geld opzij hebben gezet dan de door hem gewenste 10 procent. „Ik zal woensdag aan de minister de exacte cijfers vragen. Maar scholen hebben vaak veel meer reserves dan nodig.”
Woensdag debatteert de vaste Kamercommissie voor onderwijs over onder meer over de evaluatie van de lumpsum, de vrije besteding van de overheidsfinanciering door scholen. Sinds 2006 geldt deze regeling, in navolging van het hoger en voortgezet onderwijs, ook voor het basisonderwijs.
Bron: Reformatorisch Dagblad (15 maart 2011)