Scholieren op de middelbare school moeten aan het eind van de onderbouw een landelijke toets maken om te bepalen wat zij kennen en kunnen. Dat staat in de nieuwe actieplannen van minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt.
Ook moeten alle scholen in het basis- en het voortgezet onderwijs structureel nagaan wat hun leerlingen opsteken en daarop hun lessen aanpassen. Daarbij moet er op school meer aandacht komen voor excellente leerlingen zodat ook die beter presteren.
Ambitieuzer onderwijs
Minister Van Bijsterveldt wil het onderwijs ambitieuzer maken. In haar actieplannen 'Basis voor Presteren' en 'Beter Presteren' die ze vandaag presenteert, stelt de bewindsvrouw dat te veel leerlingen meer in hun mars hebben dan ze laten zien. Vooral slimme leerlingen worden onvoldoende uitgedaagd, waardoor talent onbenut blijft.
Van Bijsterveldt zegt dat dit komt doordat veel scholen te weinig 'verwachtingsvol' zijn. "Als van leerlingen niet méér wordt gevraagd, zullen ze ook niet beter presteren en het beste uit zichzelf halen." Door vaker te toetsen en te volgen wat een leerling kan, kunnen scholen per leerling bewuster doelen stellen, meent de minister. Zo wordt eerder gesignaleerd wat goed gaat, wat beter kan en hoe de school zijn onderwijs kan verbeteren.
Basisvakken
In 2018 moet 90 procent van de basis- en middelbare scholen op deze manier werken. Nu werkt nog maar 30 procent van de basis- en 20 procent van de middelbare scholen 'opbrengstgericht'.
De nadruk ligt vooral op rekenen of wiskunde en Nederlands, Engels en natuurwetenschappen. In de onderbouw van de middelbare school moeten leerlingen vooral in dat laatste vak meer les krijgen. Over zeven jaar moet de score van leerlingen op alle basisvakken aanzienlijk zijn verbeterd. De onderwijsinspectie oordeelde vorige maand nog dat het voortgezet onderwijs juist in deze vakken steeds lager scoort.
Predicaat excellent
Van Bijsterveldt wil verder dat meer leerlingen examen doen in meer vakken dan is voorgeschreven. Ze onderzoekt of ze ouders kan dwingen jonge kinderen met een achterstand naar voor- en vroegschoolse educatie te sturen.
Om excellentie te bevorderen, stelt ze volgend jaar twintig miljoen euro beschikbaar en vanaf 2013 dertig miljoen. Scholen die uitstekend presteren, krijgen het predicaat 'excellent'. De maatregelen worden stapsgewijs ingevoerd.
Toetscircus
De sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs, de VO-raad, stelt dat het onderwijs geen 'toetscircus' moet worden. De Algemene Onderwijsbond beaamt dat en vindt dat er oog moet blijven voor de professionaliteit van leraren. "Daarom kan het lerarentekort beter worden aangepakt en werk worden gemaakt van het aantal onbevoegde docenten voor de klas", aldus een woordvoerder.
Bron: BN/De Stem